Scholenproject 2019

 

Een van de doelstellingen van het 4-5 mei Comité Doesburg is het gesprek op scholen op gang brengen over de betekenis van de Tweede Wereldoorlog, de bevrijding en vrijheid voor nu en voor de toekomst. Dat doen we onder andere samen met de Doesburgse basisscholen en het jongerencentrum 0313

 

De bovenbouw van de basisscholen hebben in het voorjaar 2019 bij Jongerencentrum 0313 verschillende workshops gevolgd. Tijdens een van deze workshops hebben de leerlingen gesproken met oorlogsveteranen uit Nieuw-Guinea, Kosovo en het voormalige Nederlands-Indië over de beleving rondom 'vrijheid', het bombardement op Rotterdam (14 mei 1940) en onderduiken.  Daarna gaven de leerlingen antwoord op de vraag "Wat is voor jou vrijheid?". Dat hebben ze gedaan door middel van tekeningen op wandtegels, die later door vrijwilligers op tableaus worden bevestigd, zodat ze op de scholen en op andere plaatsen in Doesburg tentoongesteld kunnen worden. 

 

Bijzonder is ook om te vermelden dat materiaal voor workshops kosteloos ter beschikking is gesteld door de Doesburgse bedrijven KunstburgClaus Aannemingsmaatschappij BV, Hoornstra Bouw, Nedabo en Hubo Braamburg.

 

Kind & oorlog 2016

In samenwerking met Muziek Factory, de Schilderschool en Doree Colenbrander Fotografie, zijn we in 2016 een creatief voor de basisscholen van Doesburg gestart. Dit project is op 5 mei afgesloten met een manifestatie op de markt in Doesburg. 

 

Het doel van het project was leerlingen van groep 7 en 8 van de basisschool bewust maken van de gevolgen van een oorlog voor kinderen en hun families en tegelijkertijd om vooroordelen en aannames te slechten over vluchtelingen uit oorlogsgebieden. De relatie tussen toen (1940-1945) en nu was de kapstok voor dit project.

Door de leerlingen hier bewust mee aan het werk te zetten hebben wij kunnen bijdragen aan beeldvorming, die zowel leerlingen als hun omgeving bereikt.

 

We vertelden de kinderen een aantal verhalen van kinderen in een oorlogssituatie. Twee verhalen over joodse kinderen die vluchtten uit Doesburg en een verhaal over een Syrisch jongetje dat vluchtte uit Aleppo (zie voor de verhalen hieronder).

Met de verhalen nog op hun netvlies hebben de kinderen, onder begeleiding van Marco Prins (Muziek Factory) en Wil  Verlaan (4/5 mei comité) hun eigen gedicht over vluchten geschreven:

“Wat doe je als het oorlog is. Stel, het is thuis niet meer veilig. Je moet met je vader, moeder, broertjes en zusjes vluchten. Je zoekt een nieuwe plek om te wonen, naar school te gaan en nieuwe vrienden te maken. Je zoekt samen met je familie naar vrijheid en veiligheid.”

 

Het zijn 174 gedichten geworden!

 

Daarna hebben de kinderen met begeleiding van André Bikker van de Schilderschool een illustratie bij hun eigen gedicht gemaakt.

 

Marco Prins zette 8 gedichtjes op muziek. Deze hebben de kinderen gezamenlijk ingezongen op cd.

 

Alle gedichtjes zijn per basisschool verzameld in een boekje. Op 5 mei werd het project afgerond in een manifestatie op de markt in Doesburg. De liedjes zijn gezongen en een aantal gedichten zijn voorgedragen. De burgemeester heeft het eerste exemplaar van de boekjes met cd, aangeboden aan World Servants, een groep jongeren uit Doesburg die iedere zomer naar het buitenland gaan om daar de plaatselijke minder bedeelde bevolking een handje te helpen bij het leven van alledag.

Het verhaal dat de kinderen inspireerde om een gedicht te maken:

 

Kinderen in de oorlog

 

Ken je verhalen uit de oorlog hier? Van je oma of opa?

In de Tweede Wereldoorlog moesten er ook veel kinderen vluchten. Joodse kinderen, maar ook zigeunerkinderen en kinderen met een handicap. Om te zorgen dat ze niet naar een concentratiekamp werden gestuurd.

Jammer genoeg is er nog steeds oorlog in de wereld en moeten er nog steeds kinderen vluchten.

Ik zal jullie vertellen van kinderen die vluchten toen er oorlog in Doesburg was en kinderen die vluchten uit Syrië.

 

Vluchten uit Doesburg

 

Lea Sternfeld - Goldstein, een joodse inwoonster van Doesburg moet vluchten. Haar man Maurits is eerder al naar een concentratiekamp in Duitsland gevoerd. Lea, net 33 jaar duikt onder in Utrecht. Haar dochtertje Hannie van 5 jaar, brengt ze bij vrienden. Dat was erg moedig van haar, want ze wilde haar dochtertje natuurlijk helmaal niet achterlaten. Haar meenemen was veel te gevaarlijk. Haar bij vrienden achterlaten in hun gezin was veiliger, daar viel Hannie niet op. Maar veel Doesburgers wisten natuurlijk wel wie Hannie was. De Duitsers kwamen er toch achter. De burgemeester zorgde toen dat Hannie naar een weeshuis voor joodse meisjes in Amsterdam kon en niet naar Duitsland werd afgevoerd. Maar een paar maanden later moest het weeshuis worden gesloten en de kinderen zouden naar concentratiekampen worden gebracht.

Moeder Lea weet haar dochtertje naar het onderduikadres in Utrecht te krijgen.

Hannie vertrok uit Doesburg met wat kleertjes en een knuffel, maar uit Amsterdam kon ze niets meenemen naar Utrecht. Bovendien moest zij weer afscheid nemen van vriendjes en vriendinnetjes.  

Hannie en haar moeder hebben de oorlog overleefd.

 

Moeder Johanna Meijers werd door haar overburen gewaarschuwd.  

Met dochters Ali en Jannie (resp 13+2 en 15+2) kan ze naar een onderduikadres aan de Lindenwal.

Ze namen wel wat spulletjes mee, maar de dag erna gaan ze in het donker over de schipbrug over de IJssel naar het station in Dieren. Het zou opvallen als ze tassen vol kleding en speelgoed zouden meenemen. Dus het meeste moest worden achtergelaten. Ali en Jannie laten speelgoed, boeken, kleren en schoolspullen achter. Ze laten alle vrienden en vriendinnen achter en weten als ze in het donker vluchten niet of ze Doesburg ooit nog terug zullen zien.

Hoewel er veel politie en Duitsers op het station zijn, vanwege deportaties van joodse mensen naar Duitsland is het hen toch gelukt de trein naar Hengelo te nemen. Johanna werd later verraden en is omgekomen in Sobibor. De dochters  Ali en Jannie overleefden de oorlog.

 

Vluchten uit Syrië

 

Ahmed is 12 jaar oud. Hij heeft een moeder, een vader en een broer. Ze woonden in een mooi huis in Aleppo in Syrië. Zijn vader had een grote fabriek en winkels met kinderkleding. Ze waren heel gelukkig tot plots de oorlog begon met het geluid van raketten, het schieten en de terreur. De fabriek van zijn vader ging in vlammen op. Hij kon ook niet meer naar school gaan omdat zijn meester doodgeschoten werd. Dat gebeurde voor zijn ogen.... Ahmed zegt: ik kan het maar niet vergeten, die enkele seconden.

Ze moesten thuis vaak op de grond gaan liggen als er bommen werden gegooid. Maar dat hielp niet echt. Zijn buurmeisjes Safa werd geraakt en verloor zo een been. Gelukkig kreeg ze van het Rode Kruis een rolstoel.

 

Ahmed’s vader besliste dat ze moesten vluchten. Toen begonnen de verschrikkelijkste dagen ooit, vertelt Ahmed. “Op een vroege zaterdagmorgen vertrokken we lopend naar Turkije. We liepen dagen lang en het eten raakte op. Ook onderweg waren er veel aanvallen. We moesten daarvoor schuilen in grotten. Er waren heel veel vluchtelingen. De meesten probeerden elkaar te helpen. Het lukte daarna om een plekje te krijgen in een opblaasbare boot die naar Griekenland ging. Maar ik had angst, er was overal water en het was donker. Mensen waren aan het schreeuwen, kinderen waren aan het huilen. Ik ook want ik dacht echt dat we zouden verdrinken. We waren allemaal koud en nat. Ik hoorde grote mensen om me heen zeggen dat ze maar beter dood konden zijn.

Maar toen ik naar mijn vader keek zag ik dat hij naar me glimlachte. Hij wilde ons zo gerust stellen maar het was allemaal moeilijker dan ik kon denken. Ik vroeg me de ganse tijd af wat er toch met ons gebeurd was. Waar is ons huis? Waar is mijn bed? Waar is mijn speelgoed?”

Na een angstige tocht kwamen Ahmed en zijn familie op een eiland en de politie nam hen mee naar een plek die nog erger was dan de rubberboot. Er waren heel veel vluchtelingen. Sommige zaten daar al weken lang. Het stonk er verschrikkelijk. Ze moesten allemaal samen blijven zitten tot de politie hen doorstuurde naar  landen in West Europa. Ze waren toen  al weken weg van huis. Ahmed vertelt: “Ik was echt somber en had verdriet voor mijn mama en papa. Ze konden niet meer voor ons doen wat ze altijd gedaan hadden. Ik liep altijd weg om te gaan huilen. Ik wilde niet dat mijn ouders het zouden zien. Ik wilde hen niet nog droeviger maken.

Ik hoop dat we snel bericht krijgen dat we hier mogen blijven en dat ik dan weer naar school kan gaan.”


Veilig...


Vlagprotocol

 

Op 4 mei hangen de vlaggen in Nederland vanaf 18.00 uur tot zonsondergang halfstok. De vlag die hiervoor wordt gebruikt is de rood-wit-blauw gekleurde vlag, zonder wimpel. Ook na de twee minuten stilte om 20.00 uur blijft de vlag halfstok hangen en wordt niet in top gehesen. 

 

Meer informatie over het vlagprotocol vindt u op de site van het Nationaal comité 4 en 5 mei.